1. Gezonde voedingWat is gezonde voeding?

Elke cultuur heeft ook een verschillende eetcultuur. Wat mensen eten staat ook in nauw verband met de verschillende ziekten die in bepaalde landen voorkomen. Zo kan er een link gelegd worden tussen de hoge mate van overgewicht, hartaandoeningen, beroerten en het calorierijke, vetrijke fastfooddieet van de Amerikanen. In landen rond de Middelandse Zee eet men voeding waar weinig verzadigde vetzuren inzitten en veel meervoudig onverzadige vetzuren. Hartziekten komen daar slechts sporadisch voor. De traditionele voeding in Japan is rijk aan vezels, er komt bijna geen kanker aan de dikke darm voor. Het gebruik van veel zout wordt dan weer in verband gebracht met een te hoge bloeddruk.

Pool Plus Multivitaminen
Meer info & bestelmogelijkheden

1.1. Hoeveelheid voeding

Een te veel van sommige bestanddelen van voeding kan tot bepaalde kwalen leiden maar ook een tekort aan voedingsstoffen kan tot een slechte gezondheid leiden. In de westerse landen doen deze tekorten aan voeding zich relatief weinig voor.

1.2. Evenwichtige voeding

Onze voeding bevat veel essentiële voedingsstoffen zoals koolhydraten, eiwitten, vetten, mineralen en vitaminen. Alle voedingsstoffen leveren een belangrijke bijdrage aan de gezondheid, mits deze in de juiste verhouding gegeten worden. Van koolhydraten heb je heel veel nodig, van vetten slechts weinig. Veel water drinken is belangrijk, niet te veel dranken met suiker, cafeïne of alcohol. Gebruik ook niet te veel zout en vet.

1.3. Koolhydraten

Koolhydraten behoren tot de grootste groep van een normale voeding. Als u er echter te veel van eet dan zal het lichaam dit opslaan in de vorm van vet. Suikers geven het lichaam snel een energieboost maar de tanden kunnen aangetast worden. Koeken, taarten en snoep bevatten meestal een grote hoeveelheid suiker.

Zetmeel en voedingsvezels als cellulose hebben een meer ingewikkelde structuur dan suikers. Zetmeel wordt veel langzamer afgebroken dan suiker en geeft bijgevolg een meer constante energie. Zetmeel vindt je in pasta, brood, aardappelen, knolgewassen en rijst. Voedingsvezels zijn delen van planten die tijdens de spijsvertering niet volledig worden afgebroken. Je hebt oplosbare en onoplosbare voedingsvezels.

Onoplosbare voedingsvezels vindt je terug in de ontlasting, ze zorgen voor een goede passage wat nodig is voor een normale stoelgang. Bronnen van onoplosbare voedingsvezels zijn fruit, groenten, zemelen, zaden, zilvervliesrijst en volkorenproducten zoals bruin brood. Dit soort voedingsvezels zouden mogelijk de kansen verkleinen op darmkanker.

Oplosbare voedingsvezels vindt je vooral terug in vruchten, havermout en groenten. Deze vezels kunnen de cholestorolspiegel verlagen en verminderen het risico op hartaandoeningen en beroerte. Gebruik veel volkorenproducten en andere producten die rijk zijn aan zetmeel en voedingsvezels. Beperk het gebruik van producten die veel suiker bevatten, ze geven weliswaar energie maar bevatten weinig vitaminen, mineralen en voedingsvezels.

1.4. Eiwitten

Voor de bouw en het herstel van je lichaam heb je eiwitten nodig. Een tekort daarvan veroorzaakt ernstige gezondheidsproblemen, dit komt vooral voor in de ontwikkelingslanden waar sprake is van ondervoeding. In de Westerse landen is eerder een teveel aan dierlijke eiwitten het probleem. Heel wat eiwitrijke voedingsmiddelen zijn ook rijk aan calorieën en verzadigde vetzuren wat kan leiden tot overgewicht. Eiwitrijke voedingsmiddelen vind je in vlees, vis, kaas, eieren en noten.

1.5. Vetten

Een grote bron van energie zijn vetten en ook nodig voor de opname van sommige vitaminen. De hoeveelheid vet en de soorten vet in uw voeding zijn van belang voor uw algemene gezondheid. Helaas vergroot vet wel de kans op kransslagadervernauwing en beroerten. Dit komt door de cholesterol, het is een vetachtige substantie die nodig is voor het functioneren van je lichaam maar in een te grote hoeveelheid een bedreiging vormt voor uw gezondheid.

Uw cholesterolspiegel is voor een deel afhankelijk van de erfelijke aanleg, maar het soort vet dat je tot u neemt is wel bepalend. Vettrn kunnen verzadigd, enkelvoudig of meervoudig onverzadigd zijn. Vooral de verzadigde vetten in vlees en zuivel dragen bij tot het verhogen van de cholesterolspiegel. Onverzadigde vetzuren lijken dan weer juist hart- en vaatziekten te voorkomen. In een gezond eetpatroon moet men het eten van voedingsmiddelen die rijk zijn aan cholesterol beperken (zoals eieren en schaaldieren).

Eet dus vooral voeding met onverzadigde vetten zoals vette vis (zalm, haring, makreel), noten, pinda's, zonnebloemolie, enz... Probeer om 1 tot 2 keer per week vette vis te eten.

1.6. Vitaminen en mineralen

Vitaminen en mineralen zijn zeer belangrijk voor de groei en de stofwisseling. Behalve vitamine K (wordt door bacteriën in de darmen aangemaakt) en vitamine D (wordt in de huid aangemaakt onder invloed van zonlicht) moeten alle vitaminen en mineralen in uw voeding voorkomen. De meeste mensen in de westerse landen hebben via de normale voeding voldoende mineralen en vitaminen binnen. Enkel vitamine A,D,E en K kunnen schadelijk zijn als men er te veel van in het lichaam heeft.

1.7. Drinken

Absoluut onmisbaar is water. Ongeveer viervijfde van het lichaam bestaat uit water. Via zweet en urine verliest het lichaam water. Onvoldoende drinken leidt tot uitdroging en verstopping. Een klein deel van het water dat uw lichaam nodig heeft komt via vast voedsel, daarnaast moet u nog zo'n 1,5 liter per dag drinken om de vochtbalans op peil te houden. Bij warm weer of training heb je uiteraard meer water nodig. Ook bij diarree, overgeven, diuretica (medicijnen die de urineafscheiding bevorderen), veel koffie drinken, heb je meer water nodig dan normaal.

1.8. Energiebehoeften

De hoeveelheid calorieën dat je nodig hebt hangt vooral af van het soort werk dat je doet. Uw lichaam gebruikt een bepaalde hoeveelheid energie om de basisprocessen als ademhaling, bloedsomloop en spijsvertering aan de gang te houden. Voor elke handeling die u verricht is er extra energie nodig. Voor energieke sporten zijn nog meer calorieën nodig. Het grootste deel van energie kan je halen uit de normale dagelijkse voeding zoals brood en aardappels, maar heb je een zwaar beroep dan heb je extra energie nodig uit rijke energiebronnen zoals vet en suiker.